Activiteiten moeten bij iemand passen

Jacob Mol en zijn vrouw hadden mooie plannen. Eenmaal met pensioen zouden ze een zeilboot kopen en de mooiste eilanden van de wereld langsgaan. Griekenland, de Caraïben, de Seychellen. Een zilte wind door de grijze haren. Een azuurblauwe zee die kleur geeft aan de oude dag. Maar toen deed de ziekte van Alzheimer zijn intrede en veranderde alles.

Jacob was boekhouder van beroep. Steeds langer had hij nodig om belastingaangiftes te controleren. Waar hij vroeger zeker drie aangiftes per dag deed, had hij na verloop van tijd een week nodig om de cijfers van een enkele klant op een rijtje te zetten. Keer op keer controleerde hij zijn werk. Keer op keer kwam hij de vreemdste fouten tegen. Had hij dat echt zelf gedaan?

In het plaatselijke Odensehuis mocht Jacob schilderen. Daar zat hij dan, met een kwast in zijn hand. Hij kon wel janken. Die kwast, de potjes verf, het stond symbool voor alles wat er fout was gegaan. Veel liever ging hij gewoon mee boodschappen doen met de leiding van het Odensehuis. Zolang het deed denken aan een normaal leven was het bestaan nog best dragelijk.

Gerard Smit was hersenwetenschapper. Hij werkte aan een boek, maar de voortgang stokte. De buurvrouw merkte op dat hij overdag wel erg vaak de hond uitliet. Net als bij Jacob Mol gooide alzheimer mooie plannen in de war. De diagnose was een mokerslag, maar Gerard toonde veerkracht. Van schrijven ging hij over op het lezen van romans. Toen ook dat niet meer ging, ontdekte hij het schilderen. Een kwast, een potje verf, het gaf Gerard de mogelijkheid om zijn gevoelens om te zetten in iets tastbaars. Voor hem stond het schilderen symbool voor leven, voor ‘ertoe doen’.

Het begeleiden van activiteiten: er wordt nog weleens simpel over gedacht. We gaan leuk sjoelen, kwartetten, een geheugenspel spelen, dat is toch gewoon gezellig? Maar zo eenvoudig is het niet. Voor sommigen is een geheugenspel leuk, voor de ander een nare confrontatie met datgene wat juist niet meer lukt. En ook schilderen is dus geen veilige keuze voor iedereen. Wat voor de een zingeving brengt, iets nieuws, iets wat nog wel kan, is voor de ander een pijnlijke bevestiging van het anders zijn.

Praat dus vooral met mensen. Leer ze kennen, ontdek waar behoeftes liggen en sluit daaropaan. Een confronterende activiteit kan een hoop stuk maken. Het ontwikkelen van een nieuwe, passende hobby kan goud waard zijn.

Hugo van der Wedden is verpleegkundige, medisch socioloog, onderzoeker bij de Dementie Verhalenbank en projectleider in de Proeftuin Sociale Benadering Dementie. Hij studeerde cum laude af aan de Universiteit van Amsterdam met een scriptie over de sociale aard van het lijden bij dementie. Bovenstaande blog verscheen ook als column in Denkbeeld, tijdschrift voor psychogeriatrie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1 Reactie op "Activiteiten moeten bij iemand passen"

  • comment-avatar
    Henk van Schie 14 juli 2017 (04:19)

    Ik herken mij in dit artikel, toen ik de diagnose Alzheimer kreeg ben ik op zoek gegaan naar inlichtingen over Alzheimer en hoe mijn toekomst er uit ging zien. Ik kwam terecht bij een Odensehuis en na een goed gesprek dacht ik iets gevonden te hebben waar ik een goede daginvulling kon vinden, lekker wandelen want daar hield ik van, samen lunchen dat was gezellig en een potje biljarten. Het bleek dat de wandelen zich beperkte tot een uurtje soms 2 uurtjes en dat vond ik kort, na de lunch biljarten of sjoelen nu de laatste twee hebben me toen een stuk ongelukkiger gemaakt en ik vond het niet meer leuk. Al zoekende kwam ik in aanraking met een zorgorganisatie die twee keer in de week met een groep mensen die in de beginfase zitten van Alzheimer gingen wandelen en iets cultureels gingen doen deze groep noemt zich de Oppeppers en wordt begeleidt door twee enthousiaste medewerkers van de stichting. Dat leek mij ook wel wat, na een intakegesprek en een keertje mee te zijn gegaan was dit voor mij de goede weg die ik vond. Op de dinsdag lekker de hele dag wandelen gezellig met elkaar onderweg lunchen en koffie drinken fijn in de natuur, goede gesprekken met elkaar waarbij we elkaar begrepen. Op donderdag was het meestal museumbezoek en wandelen daarbij ook weer de koffie de nodige humor met elkaar en lunchen. Slecht of goed weer wisselde elkaar af, maar het gaat altijd door. ik voelde me weer helemaal blij en ik voelde me begrepen we hebben het gevoel er weer bij te horen. Voor mezelf had ik een goede beslissing genomen, geen dingen meer die die mij niet paste en waarin ik me niet gelukkig voelde.

Plaats een reactie

Het e-mail adres wordt niet gepubliceerd