Blauw met gele stippen

Mijn hart maakt een sprongetje als ik de huiskamer binnenkom. Ons moeders zit voorovergebogen aan tafel, met haar neus bovenop haar Levensboek. In dit boekwerk, dat ik twee jaar geleden voor haar maakte, is haar levensloop weergegeven in foto’s. Uit alle levensfasen gebruikte ik foto’s en voorzag ze van korte, verklarende onderschriften.

Het is een fantastisch instrument om herinneringen bij op te halen. Wat fijn dat zorgwerker A. het vanmiddag voor haar heeft neergelegd!

Als ik er samen met ons moeder in kijk, borrelt er soms spontaan bij haar een herinnering op. Meestal moet ik haar een handje helpen door haar de draad van een verhaal aan te reiken. Als ze maar een beginnetje heeft, volgt er altijd meer verhaal. 

Ik plof neer op de stoel naast ons moeders. Ze tuurt naar een foto waar een klein meisje met grote bos krullen op te zien is. Het is mijn oudste zus Ellen als driejarig kind.

Als ik ons moeders vraag wie dat meisje op de foto is, vertelt ze dat het haar zus is.

In een impuls zeg ik: ‘Nee joh, dat is Ellen’, en kan vervolgens mijn tong wel afbijten omdat ik haar corrigeer. Even heb ik danig de pest over mezelf in.

Op de bladzijde prijkt nog een tweede foto. Hierop is een vrolijk ogende peuter van een jaar oud te zien. Het is mijn andere zus, Marchien. ‘En wie is dit kindje dan?’, vraag ik ons moeders. ‘Dat ben ik zelf’, zegt ze. Gelukkig heb ik inmiddels geschakeld in m’n hoofd, en sluit nu wel goed bij haar aan. ‘Wat ben je daar een stralende peuter’, zeg ik. 

Op een van de volgende foto’s staan mijn broer Tibbe en mijn zussen Ellen en Marchien. Tibbe en Ellen dragen samen een baby in een dekentje op hun armen. Die baby ben ik. ‘Dit zijn onze oudste vier’, verkondigt ons moeders. Het klinkt alsof ze meer dan deze vier heeft, wat niet zo is. ‘En wie is wie precies op de foto?’, vraag ik haar. Met mijn vinger wijs ik eerst mijn broer aan. Ze noemt zijn naam, en als ik mijn zussen aanwijs zegt ze hun namen. Dan wijs ik op de baby in het dekentje. Ons moeders valt stil, knijpt haar ogen stijf dicht en schudt na een tijdje haar hoofd. ‘Ik kan het niet bedenken, wie dat is’, zegt ze na een poosje. ‘Alzheimer, je draait me weer een loer’, denk ik. Ik begin opnieuw. Wijs eerst mijn broer, dan mijn ene en vervolgens mijn andere zus aan en tot slot mezelf als baby.

En verdraaid, nu rollen de namen moeiteloos één voor één uit haar mond. 

Tot slot bekijken we uitgebreid de kleren die mijn broer en zussen op de foto dragen. Haar herinneringen hierover zijn vaak haarscherp, heb ik inmiddels ervaren. Structuur, dessins en kleuren van vooral de kleren van haar dochters, lijken op haar netvlies gebrand te zijn.

‘En weet je ook nog welke kleur het dekentje heeft waarin ik gewikkeld ben?’, vraag ik.

‘Dat is die wollen, lichtblauw met gele stippen. De andere kant ervan was net andersom’, antwoordt ze. 

Thuis kijk ik in de kast waar het dekentje ligt.

Lichtblauw met gele stippen.

Gerdien Breimer (1961) is van oorsprong maatschappelijk werker en later omgeschoold tot personal stylist. Haar moeder Roelien (92) heeft alzheimer. Sinds maart 2015 woont Roelien op een gesloten psychogeriatrische afdeling. De  moeder-dochterband was niet hecht en warm. De ziekte van Alzheimer heeft daar verandering in gebracht. Het heeft de afstand tussen hen verkleind en daar is Gerdien blij mee. Ze blogt over dat wat haar raakt en opvalt tijdens haar bezoeken aan haar moeder. 

 

 

 

Geen reacties op "Blauw met gele stippen"

    Plaats een reactie

    Het e-mail adres wordt niet gepubliceerd