Briefjes van Jos Dehue

Doordat de vader van Trudy Dehue  dementeerde, verloor hij zijn spraakvermogen. Hij communiceerde via briefjes. ‘Toen hij niet meer kon schrijven, hielden de briefjes op en stopte onze communicatie.’

Briefjes van Jos Dehue (1920), geschreven als tachtig plusser, toen hij niet meer kon praten.

Nog alleen wonend in zijn huis:
Het bestuur geeft

de voorkeur als

de patiënt gewoond

te blijven in zijn

gewone omgeving.

 

Daarna in het verzorgingshuis:
Mijn rond horloge is weg

Het werd me ontstolen!

Het werd mij bediefd!

Ik was bediefd, en ik heb zéér spijt,

’t was een herinnering aan Ellen

’t was een herinnering aan Ellen!

En:
Ik vind dat een straf dat me,

dat vastgebonden van stoel

zoals deze lijf is vastgebond

het lijf gebond aan de stoel;

het betreur toch zo.

’T betreur ik het lijf vastgebonden

het zijn als middagen zijn

als misdadig zijn middagen.

 

Over wandelen in zijn rolstoel, plus stok:

Ik raak verloren als moet wandelen door Jekerdal

als moet gaan wandelen.

Klikkekar moet door ’n Jekerdal

als met een klikkekar door het Jekerdal te wandelen.

met een klikkekar – stok doorkruisen.

 

Maar ook deze spontane Haiku:

Zwarte koffie is

geweldig voor in

mijn koffiekopje!!

 

En korter:

Glaasje wijn, graag. Valdepensus.

 

Trudy Dehue,  Hoogleraar Theorie en Geschiedenis van de Psychologie en ervaringsdeskundige met een vader die overleed aan dementie.
Francine Dehue, universitair docent Klinische Psychologie, Open Universiteit Heerlen

2 Reacties op "Briefjes van Jos Dehue"

Plaats een reactie

Het e-mail adres wordt niet gepubliceerd