Dagboek van een dochter

‘Hierbij volgen aantekeningen die ik aan mijn dementerende moeder schreef, in een dagboek dat na haar opname in het verpleeghuis ons communicatieschriftje werd. Een schriftje naast haar bed.

Ik schreef ze aan mijn moeder. Gewoon omdat ik me gemakkelijker op schrift uit dan in gesprekken. Nu is dat verfomfaaide boekje het meest dierbare van de tijd die ik toen met mijn moeder doormaakte.’

December 2000: ‘Is het kerst dan?’, vraag je. Je kijkt me aan met grote verbazing en ik snap niet dat je niet weet dat 24 december “bijna kerst” betekent. Ik neem je mee naar mijn huis en je geniet van de verwennerij.

April 2002: Je belt me regelmatig ’s nachts rond een uur, omdat ik dan tenminste thuis bent. Klaagt veel en vertelt steeds dezelfde verhalen.

December 2004: Ik kom op de koffie en direct doe je je vijf grendels op de deur. Je bent bang dat er gestolen wordt. Wil niemand meer binnenlaten. Vertelt veel een aantal keer opnieuw, alsof het de eerste keer is. Ziet bont en blauw, bent duidelijk weer gevallen.

Mei 2006: Je bent jarig en beleeft het als een kind. Straalt van oor tot oor en kijkt me met je grote wijze ogen aan, recht in mijn hart. Help je je cadeautjes opruimen en een uurtje later snap je niet meer wat wij allemaal bij jou doen. Zegt moe te zijn en of we weg willen gaan. De volgende dag bel je weer dat je het zo erg vindt dat niemand aan je verjaardag gedacht heeft.

Twee dagen later belt de buurvrouw op dat je licht niet heeft gebrand gisterenavond. Ik ga naar je toe maar je doet niet open. Bel de politie; die slaat je voordeurruit in. Daar lig je, op je tapijt, helemaal afwezig, onderkoeld en overal zie ik bloedsporen, hebt vanwege je zwakte niet meer kunnen lopen en op je achterste je voortgesleept over het ruwe tapijt…..

Aanmelding Thuiszorg

Oktober 2006: evaluatie Thuiszorg Je doet je deur niet open als de Thuiszorg aanbelt.

Je maaltijden van Tafeltje-dek-je vind ik op een stapeltje in je kettingkast. Kwam er zo achter dat de thuiszorg je niet hielp met je eten.

November 2007: Krijgt telefoontje van politie. Ze hebben je weer gevonden op straat. Dit keer op de markt waar je aan iedereen vraagt of ze weten waar je woont. Naar de neuroloog, dementie?

Een onderzoek en je mag naar huis, geen dementie.

Dien bezwaar in terwijl jij niets wilt weten van hulp of zorg, ligt allemaal aan mij, niet aan jou. Ik moet je met rust laten.

Weer naar de neuroloog en ik ga mee. Vind je nergens voor nodig. Nog een keer een onderzoek en dit keer wordt er wel dementie waargenomen.

Je weigert elke vorm van hulp en laat je ook niet opsluiten. Bent erg boos op me en belt iedereen op dat ik je wil laten opsluiten. Of ze alsjeblieft haar willen helpen.

Natuurlijk willen ze dat, bellen me op dat ik je met rust moet laten, er is niets aan de hand.

Maart 2007: Naar de rechter, er wordt een RM opgelegd, je bent helemaal overstuur. Je wordt opgenomen in het ziekenhuis omdat er geen plaats is in het verpleeghuis. Dat duurt vier maanden! Men vindt je agressief dus je moet naar Bijzondere Zorg in Goes.

Elke keer als ik je nieuwe kleding breng heb je het weer weggegooid, omdat het niet van jou is. De vijf broers zijn afgehaakt, vinden de situatie te moeilijk. Bellen ook niet of ik het vol kan houden.

Mei 2007: Je bent jarig en daar zit je dan, braaf op je bed in je slaapkamer dat je met een andere cliënt moet delen. Helemaal versalgen en met je hoofd naar beneden pak je je pakjes uit. Je kijkt naar me op en even voel ik de moeder-dochterband, met heel heel veel pijn in mijn hart.

Vind een briefje in je laatje waarin je mij schrijft hoe ik je dit heb kunnen aandoen.

De zuster komt nog binnen en feliciteert me, dat je zo blij en dankbaar dat je een luxe ontbijtje had gehad. He Mientje? Mijn tenen krommen in mijn schoenen, je wilt niet met je voornaam genoemd worden.

Juni 2008: Eindelijk, er is een plekje op kleinschalig in Kruiningen. We gaan kijken en jij weet niet wat je moet bij al die oude mensen die gek zijn.

Ik leg je uit dat ik daarom een appartement heb gezocht voor jezelf.

Je oppert moedig of je niet bij mij kunt gaan wonen nu mijn man is overleden, dan kun je voor me zorgen. Je klemt je armen om mijn been heen om me tegen te houden als ik weg wil gaan. Vreselijk, wat een pijn doet dat steeds weer.

Juli 2010: Weer een MDO en weer het gevoel van schaamte dat ik daar niet hoor te zitten. Ik praat voor een vrouw die altijd voor mij heeft gezorgd en nu word ik geacht om voor haar te praten zonder dat ze dat beseft. Vreselijk vind ik dat en ik kan er niet aan wennen.

Met groot gemak gaat heel je hebben en houden over de tafel, je lijkt een object in plaats van mijn moeder, een vrouw die zes kinderen heeft gehad en een volwaardig leven heeft geleefd. Jij als trotse en ook preutse vrouw zou nooit gewild hebben dat ik voor jou zou moeten praten over zaken als je ontlasting, of de uitslag op je achterwerk. Ik krimp totaal in elkaar.

September 2010: Je zakt steeds verder weg. Als je me ziet, kijk je me met je grote ogen aan en verwart mij met je zus. Vraagt waarom ik mijn strik niet in mijn haar heb. Of ik je alsjeblieft mee wil nemen van die ellendige plek met al die oude mensen en die snotneuzen die denken dat ze alles beter weten dan jij. Die nieuwsgierig zijn en alles van je willen weten. Die jouw fotoalbum zomaar pakken en met hun neus in jouw privé woelen. Vreselijk vind je dat.

Ook het Levensboek komt niet van de grond, je staat erop dat ik niets met “die snotapen” deel.

Januari 2011: Je ligt op je bed, afwezig, holle ogen, ik heb Danny bij me, mijn kleinkind, jouw achterkleinkind van 1 en je reageert direct met een vage lach. Het kleine mollige handje ligt in jouw slappe, magere, veel te bleke hand op je deken. Je wilt niet meer eten, drinkt af en toe nog een beetje een tuitbekertje. Arme jij, dat had je tien jaar geleden niet moeten zien!

Juni 2011: Al heel wat dagen na mijn werk direct naar je weggeweest. Je ligt zgh terminaal. Ademt zwaar en voortdurend ben ik bang om weg te gaan en niet bij je te zijn als je gaat hemelen. Ik besluit alsnog naar een belangrijke vergadering te gaan en precies daar word ik gebeld: je bent overleden …

1 Reactie op "Dagboek van een dochter"

Plaats een reactie

Het e-mail adres wordt niet gepubliceerd