De laatste keer dat ik haar zag

Thuiszorgmedewerker Tineke stuurde ons een verslagje over een van haar vele ervaringen met cliënten die dementie hebben. ‘Soms is het lastig om ermee om te gaan, maar het kan me ook ontroeren. Lees hieronder maar…’

Moederdag
‘Ik fiets het dorp door onderweg naar de volgende cliënt. Als ik daar zo fiets is het hele dorp nog in diepe rust op deze zondagmorgen. Dat vind ik wel prettig, dat gevoel alsof de hele wereld even van mij is. Zorgvuldig zet ik mijn fiets op slot en loop naar de voordeur.

Ik bel aan. De hond slaat aan en komt kwispelend en blaffend voor het raampje staan. Het is al een oud beestje. Net als zijn baasje is het beestje al wat grijs.

Ondertussen zie ik mevrouw bij de deur verschijnen. Ze wil de deur voor me open doen, maar merkt dat deze nog op slot zit. Ze praat en gebaart naar me dat ze de sleutel zal halen. Prima, gebaar ik door het glas heen. Maar al met al geen sleutel. Net als ik wat ongeduldig begin te worden, verschijnt ze terug bij het raampje en zegt me dat ze de sleutel niet kan vinden en dat ik maar even om moet lopen.

Inwendig moet ik een beetje lachen. Dit heb ik al vaker meegemaakt. Ik loop over het paadje langs het huis dat een beetje overwoekerd wordt door wilde bloemen en grassoorten. Het gras en de bloemen zijn nog een beetje nat van de dauw. Via het paadje kom ik bij de deur, die gelukkig niet op slot blijkt te zijn. Op het moment dat ik binnen stap in het halletje komt het grijze, ietwat te zware hondje op me af rennen. Het begint enthousiast aan mijn bloten tenen te likken. “Hè verdorie”, denk ik, “dit had ik kunnen weten. Straks maar even mijn voeten spoelen in de badkamer.”  Ik ruik en zie versgebakken cakejes staan. Mevrouw ziet het en vertelt trots dat ze die met de zuster van gisteravond heeft gebakken voor vandaag.

Ik zie een trotse blik in haar ogen. Ik zeg haar dat het er goed uitziet en dat de kinderen er vast van zullen smullen. We lopen door naar de woonkamer, waar meneer een krantje zit te lezen. Over en weer wensen we elkaar goedemorgen en dan maak ik duidelijk aan mevrouw waar ik voor kom; hulp bieden bij het douchen. Mevrouw begint charmant te lachen en zegt me dat het echt niet nodig is. “Ik heb al gedoucht vanmorgen”, zegt ze met overtuiging.

“Echt waar, hoor!” benadrukt ze nog even. “Ik denk van niet”,  zeg ik, want ik zie dat meneer zijn hoofd ontkennend schudt. Ik vervolg: “Op zondag kom ik om u te helpen met haren wassen.”

Mevrouw kijkt een beetje hulpeloos naar haar man. Haar man zegt dat ze echt even hulp nodig heeft bij het wassen van haar haren. Dan zegt ze: “Nou, vooruit dan maar…”

Ze loopt direct richting de badkamer. Ik sluit de deur en laat de douche alvast op temperatuur komen. Ondertussen kleedt mevrouw zich uit. Een beetje mopperend, dat wel. Uiteindelijk is het hele ritueel al snel achter de rug en is ze weer aangekleed. We hebben lol gehad over haar herinneringen aan haar kinderen. En ze vertelt me verhalen over haar jeugd. Ik hoor het graag, vooral omdat ik in haar ogen bijna de beelden van haar herinnering terug kan zien, zoals zij het mij vertelt.

We lopen naar meneer terug en hij vraagt haar of ze lekker gedoucht heeft en of haar haren gewassen zijn. Met tegenzin geeft ze aan dat het allemaal gebeurd en meegevallen is. Ik bevestig aan haar man dat het inderdaad gebeurd is.

We praten nog even met zijn drieën en dan geef ik aan dat ik verder moet gaan. Ik trek mijn jas aan en mevrouw zegt me dat ik nu wel via de voordeur eruit kan. Samen lopen we naar buiten. “Gaat u maar weer snel naar binnen”, zeg ik mevrouw. “Uw man wacht op u.” Mevrouw heeft weleens de neiging om weg te lopen en dan rond te dwalen in het dorp.

“Nee”,  zegt ze “wacht even.” Voor ik er erg in heb, is ze via de zijkant van het huis verdwenen. Ik wacht braaf bij mijn fiets, maar helemaal lekker zit het me niet. Wat spookt ze toch uit?

Als het te lang duurt, ga ik kijken, neem ik mezelf voor. Maar dan komt ze terug met in haar handen een versgeplukt bosje bloemen. Ze drukt het in mijn hand en zegt: “Voor Moederdag.” Ik ben een beetje beduusd, voel de warmte in het gebaar. Ik neem ze aan en bedank haar voor haar bloemen. “Ga nu maar snel naar binnen”,  zeg ik haar, “anders wordt uw man nog ongerust.” En terwijl ik weg fiets kijk ik nog even achterom en zie haar inderdaad naar binnen gaan.

Het is de laatste keer dat ik haar gezien heb……’

3 Reacties op "De laatste keer dat ik haar zag"

Plaats een reactie

Het e-mail adres wordt niet gepubliceerd