‘De thuiszorg is geweldig’

Mevrouw Wiersema (bijna 94) heeft al 15 jaar de ziekte van Alzheimer. Met veel thuiszorg woont ze nog in haar eigen huis en geniet van kleine dingen. ‘Ik ben nog aardig goed, daar ben ik al lang blij mee.’

‘Moet ik hier mijn naam opschrijven? Deksels, dat is toch te gek, nou zit ik gewoon te prakkiseren, wat is de eerste naam? En mijn hand wil niet meer… daar kan ik zo slecht tegen.’

Even opletten
‘Ja, ik geloof dat mijn geheugen minder wordt. Maar ja, het wordt niet beter als je dat nou eens even zegt. Ik denk, laat maar. Maar aan de andere kant spijt het me wel. Als ik eens wat vertel, dan denk ik, hoe was het ook al weer verder? Maar meestal weet ik het wel weer hoor. Soms zegt iemand dan: is dat wel zo? En dan denk ik: nu moet ik even opletten. En dan valt het meestal wel weer mee.’ 

Boodschappenlijstje
‘In het huishouden kan ik niet veel meer doen. Maar dat geeft niet. Mijn bed staat nu in de woonkamer. Het is veel beter dat ik niet steeds de trap op hoef. Er komt hier geregeld iemand voor de boodschappen. Die vraagt dan of ik het lijstje al klaar heb. Ik maak die zelf en weet precies wat ik niet meer in huis heb.’

Contacten
‘De buren waren altijd prima. Maar de buurvrouw is nu alleen en zij kan zich moeilijk bewegen. Ze is ook nog een tijd ziek geweest. Dus nu komt het er niet veel meer van dat we elkaar spreken. Haar kinderen komen geregeld. Kinderen heb ik ook hoor! Ik heb vier zoons, maar die wonen hier niet. Ze hebben allemaal hun eigen leven. Dat hadden wij vroeger ook, dus dat is goed. Mijn oudste zoon woont in Brabant. Ik vind het heel gezellig als hij en zijn vrouw er zijn. Toen mijn man er nog was, gingen we er zo even in de auto naartoe. Dat vond ik altijd heel mooi. Ik vond het niet erg dat we er een eind voor moesten rijden.’

‘Voor alle zekerheid ga ik niet zelf het huis uit. Dat doe ik wel met de thuiszorghulp. Dan zit ik ook vaak op de rollator [in werkelijkheid is dit een rolstoel, red.], zodat ik tenminste om mij heen kan kijken. Ik word er ook niet jonger op, alleen maar ouder, hè. Zo lang ik nog wel aardig goed ben, gaat het nog wel. Dat kan ook anders, dus daar ben ik al lang blij om.

‘Af en toe ben ik erg verdrietig geweest. Maar dat gaat geleidelijk weer over. Ik denk dat ze ook niet alles meer zeggen tegen mij. Ik ben de laatste jaren soms wel een beetje eenzaam. Maar dat valt nu ook nog wel mee, hoor. Want er komt ook geregeld thuiszorg en van alles. Soms fietst er een langs en die zet de fiets even neer, en komt even naar binnen.’

Zingen
‘Ik had een zus en drie broers. Eerst was het oorlog, en mijn vader was predikant. Daarom was het bij ons in huis altijd heel druk. De een na de ander moest mijn vader spreken. Nee, dat vergeet ik nooit. Bijkomstigheden weet je niet eens meer eigenlijk, alleen dat het verschrikkelijk was. Dat zijn allemaal dingen die je te binnen schieten af en toe. Maar toen wij klein waren was het vaak ook heel gezellig, hoor.’

‘Mijn man was leraar op een school. Hij is er al een hele tijd niet meer. En nou zit ik hier alleen naar buiten te kijken. Maar als je toch alleen bent, is dit een hele leuke plek. Er rijden de hele dag auto’s door de straat.’

‘Ik heb ontzettend veel gehandwerkt en orgel gespeeld. In oorlogstijd speelde ik in de kerk. Ook heb ik veel in koren gezongen. Als er een soliste nodig was, dan deed ik dat. Nu zing ik nog graag. Maar ja, de tijden gaan door, hè. Je wordt alleen maar ouder en niet meer jonger. Ik doe nu niet meer zo veel. Naar buiten kijken, televisie kijken. Met mijn rechterhand kan ik niks meer. ‘s Morgens is er meteen al thuiszorg en dat vind ik geweldig. ‘s Middags ga ik even lekker liggen.’

Hier blijven
‘Mijn man is er niet meer, dat is voor mij het lastigste. Nu komt de thuiszorg geregeld, die weet dat allemaal. Die zijn heel vriendelijk, we gaan ook samen wandelen. Dus het kan niet beter.

Als het even kan, wil ik hier blijven wonen. Zolang ik nog zo ben, ga ik niet weg.’

Geen reacties op "'De thuiszorg is geweldig'"

    Plaats een reactie

    Het e-mail adres wordt niet gepubliceerd