‘Dit overkomt een ander, jou niet’

Meneer en mevrouw Buursma (83 en 78) wonen sinds april in een appartement van een zorgcentrum in Heerenveen. Meneer Buursma heeft prostaatkanker, waarvoor hij palliatieve zorg krijgt. Omdat mevrouw Buursma vergeetachtig wordt, zijn ze met het oog op de toekomst ineens heel vlot verhuisd. 

‘Veel dingen vergat ik gewoon. Kleine dingen die erin slopen. Ik had het zelf niet eens in de gaten. Als ik bijvoorbeeld ging koken, dan dacht ik: ach, dat kan ik wel uit mijn hoofd, daar heb ik geen kookwekker voor nodig. Maar dat onthield ik dus niet en dan was het eten weer aangebrand. Of ik gaf iemand een hand en dacht: hoe heette die ook alweer? Dan was het gewoon weg. Net of er een hiaat viel, de kennis scheurde uit elkaar. Heel vreemd!’

Anderen merken het
‘Mijn man zei als het eten weer was aangebrand: “Je hebt toch een kookwekker?” Maar ik dacht: “Verdraaid nog aan toe, dat wil ik niet!” Of iemand zei: “Weet je niet meer hoe ik heet?” Dan reageerde ik: “Als je het zegt dan weet ik het weer.” Ik moest er drommels goed om denken. Bijvoorbeeld als ik eten ging koken. Dan moet ik aardappels schillen enzovoorts. En dan dacht ik: “Wat moet ik nu doen? Hoe moet ik het doen?” Hele gewone dingen waar ik anders nooit over prakkiseerde. Ik vertelde het maar niet aan anderen. Het was al erg genoeg dat ik het zelf opmerkte.’

Vroeger
‘Ik had drie broers en zeven – even kijken, waren het er zeven? – zussen. Ja, een heel rijtje. Ik was de enige met krullen en iedereen aaide over mijn bol toen ik klein was. Later op de Mulo was ik niet zo’n ster. We maakten meer plezier dan dat we onze plicht deden. Mijn vader is vrij jong overleden. Daarom moederden mijn zussen allemaal over mij. Daar had ik een hekel aan, een grote hekel! Dan zei ik: “Bemoei je er niet mee!” Nog kan ik me in die situatie wel verplaatsen. Gelukkig had ik een vriendinnetje bij wie ik van harte welkom was. Daar zat ik vaak aan tafel.’

Geen keus
‘Ik vind het heel vervelend dat ik niks kan onthouden. Soms ben ik er gedeprimeerd van, zo van tjee… Maar je doet er niks aan, ik doe het niet met opzet! Als een van de kinderen iets vertelt, dan moet ik zeggen: “Help me even, ik ben het kwijt.” En dan kijken ze je zo aan… Zo kennen ze mij niet. Dat doet zeer. Ik denk dan: “Is hier niets aan te doen?” Je accepteert niet dat jou dit gebeurt. Dit overkomt een ander, jou niet. Maar van lieverlee heb je geen keus meer. Ik had alleen nooit gedacht dat we zouden moeten verhuizen. Dat kwam pas later. Pas toen het op papier stond, drong het tot me door.’

Blij om samen te zijn
‘Op mijn verjaardag zijn we hier komen wonen. Mijn man vond dit verzorgingshuis er vanbinnen uitzien als een gevangenis. In het begin gingen we nog wel eens een ommetje maken. Vanmiddag had ik ook wel gewild, maar toen ben ik zo maar in slaap gevallen. Dat vind ik zo sloom! Ik vind het niet erg om hier te wonen. Het is wel fijn dat alles voor ons gedaan wordt. Al heb ik nu niet meer zo veel om handen. Ik ben al lang blij dat mijn man bij mij kan zijn. Ik vraag wel vaak of hij er nog is. Hij moet me niet ontglippen…’

Geen reacties op "'Dit overkomt een ander, jou niet'"

    Plaats een reactie

    Het e-mail adres wordt niet gepubliceerd