‘Goedgeluimd, dat is mijn moeder in één woord’

Erik Wiersema (62) is mantelzorger voor zijn moeder (93), bij wie de dementie zich gelukkig maar langzaam ontwikkelt. Ze is meestal goedgeluimd. Dankzij de thuiszorg kan Eriks moeder nog thuis blijven wonen. Erik voorziet dat hij op den duur toch meer hulp nodig heeft bij haar verzorging, terwijl zijn moeder door de bezuinigingen nu waarschijnlijk juist minder thuiszorg zal krijgen.

‘Toen mijn moeder 90 werd, hebben we een grote familiebijeenkomst georganiseerd. Mijn moeder heeft er zo van genoten. Alleen toen haar diezelfde avond gevraagd werd of er nog iemand langs was geweest, antwoordde ze: “Ik heb niemand gezien.”’

Verlies van autonomie
‘In 2000 merkte ik voor het eerst dat er iets niet klopte. Ik was samen met mijn moeder een week naar Engeland. Op dat moment had ik er geen verklaring voor. Toen de diagnose drie of vier jaar later gesteld werd, snapte ik het wel.

Op de scans zagen we duidelijk een zwarte plek waar normaal gesproken hersencellen horen te zitten. Het lukt mijn moeder niet meer om knopen door te hakken. Voor een deel zat dat altijd al in haar, maar de Alzheimer heeft dat versterkt. Duidelijk was voor mij als meest betrokkene – van haar zoons was ik degene die het dichtste bij woonde – dat ze niet meer zelfstandig beslissingen kon nemen. “Verlies van autonomie” noemen ze dat. Steeds meer dingen heb ik voor mijn rekening moeten nemen. Dat heeft in onze omgeving wel geleid tot onbegrip: niet iedereen wilde daaraan. Ook met een van mijn broers heeft dat – tijdelijk – tot een verschil van inzicht geleid. Nu is er geen ontkomen meer aan.’

De zorg
‘De contacten met de GGZ zijn uitstekend. Ook over de thuiszorg zul je van mij geen wanklank horen. En dat hopen we vooral zo te houden, al wordt daar nu met de bezuinigingen wel aan gemorreld. We hebben net te horen gekregen dat mijn moeder twee uur minder thuiszorg krijgt, terwijl een paar maanden geleden nog gezegd is dat de hulp die ze nu krijgt minimaal is. We leggen ons dus ook niet zomaar bij deze beslissing neer. Idealiter zou ik graag juist nog wat meer zorg willen. Eten is een probleem. Zodra ze eenmaal begonnen is, eet ze haar bordje schoon leeg, maar ze begint er vaak niet aan. Als er in het weekend niemand bij haar is, dan blijft het eten vaak staan.

Ik heb contact gezocht met een vrijwilligersorganisatie om dit op te lossen. Een aantal dames was bereid om in het weekend langs te komen, maar hun echtgenoten stonden hier helaas niet achter. Toen vroeg de dame die hier de supervisie over had me direct of ik eventueel bereid zou zijn om voor dit soort situaties te betalen. Misschien dat ze wel een klein bedrijfje wilde starten, een particulier initiatief in de sfeer van de thuiszorg. Ik voorzie een wildgroei aan dit soort bedrijfjes. Dan is het geen vrijwilligerswerk meer uiteraard. Maar goed, op een bepaald moment ben ik best bereid om daar wat voor te betalen.

Mijn moeder staat nu vijf jaar ingeschreven bij een verpleeghuis. We zijn er al geweest, maar dat is niet goed bevallen. Ze zag daar zo veel kommer en kwel, daar wilde ze op geen enkele wijze mee in verband gebracht worden! Het verschil tussen het functioneren van die bewoners en mijn moeder is nog altijd groot.’

Ons grote geluk
‘Uiteraard zijn we ervan doordrongen dat het maar één kant uit gaat, en dat is de verkeerde. Maar het gaat erg langzaam. Dat is ons grote geluk. Zeker als je weet hoe het bij anderen gaat. En als we het dan toch mogen hebben over dingen waar we ons gelukkig over prijzen: er is geen sprake van boosheid, van argwaan, van achterdocht, van agressiviteit. Als er een woord is om mijn moeder te omschrijven, dan is het dat ze goedgeluimd is!’

 

Geen reacties op "'Goedgeluimd, dat is mijn moeder in één woord'"

    Plaats een reactie

    Het e-mail adres wordt niet gepubliceerd