Hartelijke zorg

Hilde Lamers, directeur Alzheimer Liga Vlaanderen, vertelt over een ontmoeting die haar drieëndertig jaar later nog tot in detail voor de geest staat. ‘Mijn eerste ontmoeting met Lena, zoals hieronder beschreven, was mijn eerste ervaring met een persoon met dementie. Deze ontmoeting heeft een zeer diepe indruk op mij gemaakt; zodanig zelfs dat ik bijna elk detail van dit contact heb onthouden. Zo herinner ik mij nog de kleur van haar ogen – zo mooi blauw – en haar fijne, zilverwitte haren die slapjes langs haar gelaat hingen …’

‘De herinnering is zo beklijvend omdat haar gelaat mij beroerde en tot ‘ware’ ontmoeting heeft gebracht. Ik werd geraakt door haar kwetsbaarheid en puurheid. In de ontmoeting verscheen compassie, tederheid en gedrevenheid om elkaar nabij te zijn. Deze en latere ervaringen met patiënten met ernstige aandoeningen of in hun levenseinde hebben me geleerd dat goede zorg en nabijheid met ‘beweging’ hebben te maken. Het is een dieper inzicht, gewonnen aan het leven zelf. Zonder bewogen te worden, is de zorg geen hartelijke zorg. Beweging na bewogen te worden: daar draait het om. Het is een barmhartigheid om er te zijn voor de andere als een uniek en waardig persoon. Dit er-zijn voor de andere is “niet de kers op de taart, maar de gist in het deeg”.’

Lena
De deur stond op een kier. Ik klopte aan. Geen antwoord … “Lena, mag ik binnenkomen?” Ik hoorde niets. Wat zou ik doen? Ik moest hierbinnen zijn. Als jobstudent werd mij immers gezegd dat ik haar kamer moest poetsen. Ik duwde de deur zachtjes open terwijl ik zei: “Lena, ik kom je kamer poetsen”. Geen antwoord. Ik zag een dame van ongeveer 75 jaar. Ze staarde in het oneindige. Een paar druppeltjes speeksel vloeiden langzaam van haar linkermondhoek naar haar kin. Ze bemerkte het niet. Of althans, die indruk gaf ze mij. In haar armen droeg ze een pop.

Een poetskar vooruit duwend, stapte ik rustig in haar kamer. Het beroerde Lena niet. Ze zei nog steeds niets. Zachtjes begon ze haar baby’tje te wiegen. Haar bewegingen verraadden een moederhart boordevol liefde voor haar kindje. Welk kindje? Het was voor mij als 17-jarige een vreemd beeld. Hoe kon een oudere dame nog met een pop spelen? Of was het geen spel? Uit haar houding leidde ik af dat haar poppemie al haar liefde verdiende. Wie was deze dame in dit ‘rusthuis’ voor ouderen? Wat was haar verleden?

Wat verlegen keek ik naar de vele portretten in haar kamer. Een jonge bruid omklemde tedervol de rechterhand van haar bruidegom. De foto liet me hoopvolle blikken zien. Een ander portret toonde kleine spelende kinderen, geflankeerd door een trotse mama en papa. “Die jonge vrouw moet Lena zijn geweest”, dacht ik. “Lena, dat is een mooie foto”, zei ik al wijzend naar haar gezinsfoto. Lena keek even op. Onze blikken kruisten elkaar. Ik ontspoorde een glimlach die snel in een strak gelaat overvloeide.

Niet goed wetende hoe hierop te reageren, begon ik maar snel aan mijn poetswerk. De stofdoek gleed zachtjes over de vele beeldjes, ooit gekocht uit een ver verleden. Mijn oog viel op de tafel. Daar stond een bekertje met een rietje en een onaangeroerd bordje met enkele sneetjes brood. “Lena, heb je geen honger?”. Geen antwoord. Ze keek naar haar kindje. Haar wijsvinger gleed over de bolle wangetjes van de pop. “Is fijn he, Lena?”, zei ik met een warme herinnering aan de tijd dat ik zelf met mijn poppen speelde. Wat vond ik het toen heerlijk om hen te knuffelen en te verzorgen. Ze waren mijn kindjes die ik regelmatig met afgedankte stofdoeken onderstopte. “Zou Lena het oké vinden als ik haar pop zou strelen?” Ik waagde het erop. Lena keek me pal in mijn ogen. Ik ontwaarde een tedere blik. Ze lachte en bleef me aankijken. Dit contact was goddelijk. Het maande me aan om bij haar te gaan zitten. “Lena, je hebt mooie kinderen” en wees naar de gezinsfoto tegen de wand. Ze keek ernaar en lachte voldaan. Ik genoot van haar warme blik en aanwezigheid. Misschien moest ik van deze gelegenheid maar gebruik maken om haar wat te eten te geven. Ik belegde een stukje brood met een plakje kaas. Ze zag wat ik deed en stond het toe. Voorzichtig bracht ik een stukje brood naar haar mond. En ja, ze at! Dit bijzondere moment werd abrupt door een openslaande deur afgebroken. Een werkneemster van het rusthuis zei vermanend: “Heb jij niets beters te doen? Zij weet niets meer! Het heeft geen zin om met haar te spreken!” Ik stond op en zag weer de afwezige, verzonken blik in de ogen van Lena. Ik voelde me machteloos. “Dit kon toch niet!”, dacht ik en ging met een knoop in mijn maag verder met mijn werk. De werkneemster bekeek me met argusogen. Het was duidelijk dat zij geen kritiek tolereerde. Stil en gespannen voltooide ik het poetswerk. Toen ik de klaar was met mijn werk, sloot ik zachtjes de deur. Overtuigd dat contact nog wel mogelijk is, zei ik snel “Dag Lena, tot gauw!”’

 

Geen reacties op "Hartelijke zorg"

    Plaats een reactie

    Het e-mail adres wordt niet gepubliceerd