Mijn oude vak verpleegkunde

Drie jaar geleden leerde Francis Jacob kennen, de partner van haar roeimaatje Tina. Jacob had alzheimer. Het vertrouwen van Jacob en Tina in haar aanwezigheid en steun bracht Francis weer op het pad van haar oude vak, verpleegkunde.

‘Vanmorgen werd ik om halfacht wakker. Ik dacht aan Tina en Jacob. Hoe zou het vannacht gegaan zijn? Leeft hij nog? Zit Tina nog bij hem? Alleen of samen met haar zus?

Ik zat op mijn meditatiekrukje en de woorden kwamen als vanzelf omhoog: ‘De hemel is open.’ Verwonderd over deze ingeving, kreeg ik in een flits het beeld van een helderblauwe lucht met wolken aan weerszijden. Ik zag ook een luchtstroom naar boven waarin ik me voorstelde dat iemand opgenomen werd.

Ik dacht nog wel, zou het vandaag of morgen zijn? Ik wil het altijd graag goed weten en nam een brede gok, het was vandaag of morgen.

Datzelfde ogenblik ging de telefoon. Ik was te nieuwsgierig om de meditatie eerst uit te zitten, dus ik ging direct kijken wie er belde. Het was mijn vriendin Tina. Wat zou er …?

Voordat ik het verder kon bedenken vertelde zij dat Jacob, haar partner, vanmorgen om 10 over half 8 was overleden.

Hij was rustig ingeslapen. Ze was alleen bij hem geweest, had een paar nachten bij hem gezeten en zijn ademhaling veranderde in de loop van de tijd; er kwamen steeds meer tussenpozen waarin ze telde….. veertig, vijftig seconden en elke keer kwam er toch weer een ademteug. Zo gaat dat met de laatste ademstoten.

Mijn eigen moeder slaakte een laatste kreet op haar sterfbed. Ik weet het nog goed.

Het was halftwee in de middag; we zaten gezamenlijk om haar bed heen, een beetje te dutten, een oogje dicht, echt zo na de middag, dekentjes erbij gehaald; daar zaten we met alle kinderen, mijn vader en schoonkinderen. Ineens doet ze haar ogen open, kijkt mijn oudste zus aan en slaakt een kreet: ‘Aah.’

We zijn allemaal klaarwakker, houden onze adem in en kijken … zou dit dan de laatste adem zijn geweest of komt er toch nog wat …

Zo zat Tina daar ook op die woensdagmorgen, in haar eentje. Ze bleef nog even zitten bij haar partner, zijn lichaam nog warm. Na vijfentwintig jaar nog even alleen met hem, voordat het tumult van geregel zou losbarsten, de rust en stilte van de nacht en het terminale waken, voorbij zijn.

Bij Jacob begonnen vlak na zijn pensionering, zo’n zes tot zeven jaar geleden, de eerste verschijnselen van de ziekte van Alzheimer zich af te tekenen; een auto die hij niet meer aan de praat kreeg midden in de stad; steeds stiller worden, minder gesprekken ’s avonds samen op de bank, de vijf kranten die Jacob in het weekend normaal gesproken las, werden niet meer uitgelezen. Soms letterlijk de weg kwijt zijn.

Heel geleidelijk kwam er verandering in het vertrouwen dat hij had in zichzelf en het op zichzelf kunnen zijn.

Ik leerde hem kennen in het voorjaar van 2013. In het najaar van 2012 vertelde Tina, een roeimaatje, van de zorgen over haar partner en de achteruitgang door zijn ziekte.

Ze bleef trouw roeien, maar legde briefjes klaar waar ze was en wanneer ze weer terugkwam. Hij ging naar de dagopvang, zij nam steeds vaker haar mobiele telefoon mee in de boot. Soms belde hij en kon zij hem geruststellen.

Ik bood Tina mijn hulp aan.

En na een tijdje vroeg ze me of ik Jacob een halfuurtje wilde opvangen als hij thuiskwam van de zorgboerderij.

Hij ging een paar dagen in de week naar een zorgboerderij, waar hij het in eerste instantie fijn vond. Jacob hield van buiten zijn. Samen met Tina fietsten ze nog heel lang rondom Zwolle op de tandem, nadat het zelfstandig fietsen te gevaarlijk werd.

In het begin wandelde ik met hem een rondje om de Wijde Aa; Jacob hielp mij in een ziekteperiode weer op gang. Eerst vond ik dit weer spannend, maar door de samenwerking met Tina, doordat zij op de achtergrond aanwezig bleef en mij het vertrouwen gaf, kon ik het.

Jacob dwong mij om in het moment te zijn, hier en nu; geduld om bij hem te zijn, hem te volgen. Als ik te snel wilde en hem niet volgde, liep het niet lekker, het was voelbaar als ik niet in contact met mezelf en met hem was.

Jacob kende de bloemen, herkende de vogels en we zongen allerlei liedjes en dan hadden we schik. Ik voelde me een kind vol energie.

Jacob probeerde soms een gesprek op gang te brengen en dan vroeg hij steevast of ik nog op vakantie ging. Dat was zijn stokpaardje. Later bleek dat hij met zijn partner vaak op vakantie was geweest en in het buitenland altijd met een fototoestel om zijn nek liep.

Op zijn kist staat dan ook zo’n foto. Het is een andere Jacob, de Jacob van voor de ziekte van Alzheimer. Tina heeft nog video’s van hun vakanties die ik graag wil zien. Ik ben zo benieuwd hoe de Jacob van vroeger was, wat was dat voor man, voor partner, vader, reiziger, werkende man, belezen, sportend?

Ik heb Jacob bedankt voor wat hij mij geleerd heeft. Hij heeft mij weer op het pad van mijn oude vak, verpleegkunde, gebracht waar ik met zoveel liefde voor deze mens, voor mijn moeder, voor Ernst en voor al mijn cliënten en andere mensen, de liefde mag geven. De liefde die zij mij geven en leren.Vaak zonder woorden, juist zonder woorden, omdat die er vaak niet meer zijn, niet meer gevonden kunnen worden, dat is te moeilijk, dat vakje is zo slecht weer te vinden.

De ziekte van Alzheimer verandert het karakter van een mens.

Dat wat wezenlijk belangrijk is komt naar boven en gaat zijn weg, het ego speelt geen rol meer.

Dank je wel lieve mens, medemens, voor wie je was en wat je deed en wat je mij gaf, hoe groot en klein ook.

Overmorgen wordt Jacob gecremeerd. Ik mag mee en voel me vereerd dat ik samen met zijn intimi hem nog een keer uitgeleide mag doen vanuit zijn kamer in het verpleeghuis.

‘De hemel is open voor jou’

17 juni 2015

Hier zijn meer blogs te lezen van Francis.

 

Geen reacties op "Mijn oude vak verpleegkunde"

    Plaats een reactie

    Het e-mail adres wordt niet gepubliceerd