Not my forte

Ik toets de toegangscode in, en duw de deur naar De Beuk open. Als ik de afdeling op stap kijk ik recht in de ogen van mevrouw Z. Ze zit op een van de twee stoeltjes die daar langs de muur staan.
Ik steek mijn hand naar haar op, ‘Hallooo’ en noem haar naam. Met een uitdrukkingsloze blik steekt ze haar hand naar mij op. Het geeft me het gevoel alsof ik aan een marionettentouwtje heb getrokken. Ik loop naar haar toe en hurk voor haar neer.
 

‘Ik weet niet, is die daar dan die. Of deze zo’, murmelt ze, terwijl ze met haar vinger het poppenechtpaar aanraakt, dat gearmd op het tafeltje naast haar stoel staat. Het is me niet duidelijk wat ze bedoelt. ‘Dat zou heel best kunnen’, probeer ik.
Ze kijkt me aan en glimlacht vaag.

‘Kom, ga je met me mee naar de huiskamer? Daar is het vast gezellig,’ stel ik voor en leg mijn hand op haar arm.
Ze wil mee.

Ik help haar overeind uit de stoel en gearmd lopen we naar de huiskamer. We keuvelen wat heen en weer, zonder feitelijke betekenis, die doet er niet toe.

Even later zit ze op haar vaste plekje aan tafel. Daar ontfermt J., de dochter van mevrouw F. zich vervolgens over haar.

Ons moeders zit aan de andere tafel, met de overige dames. Ze is verrast om me te zien. Met een glaasje thee ga ik naast haar zitten. Vanwege vocht in haar benen staat er een voetenbankje voor haar stoel. Daar heeft ze alleen haar rechterbeen op liggen. Het linker staat er naast op de grond. Ik stel haar voor om ook haar linkerbeen op het bankje te leggen. ‘Dat is een goed idee’ zegt ze. Het klinkt alsof het heel lumineus van mij bedacht is.
‘Je zou eigenlijk voetengymnastiek moeten doen’ opper ik grappend, en zeg: ‘Wiebel met je beide voeten’. Als een braaf hondje geeft ze subiet gehoor aan mijn opdrachtje. Ik grijp mijn kans en verzin steeds een nieuwe oefening. ‘Wiebel met je rechtervoet, wiebel met je linkervoet, wiebel met je beide voeten,’ ga ik door. Ze doet aan alles mee. ‘Span je rechterkuit aan… en weer los. Span je linkerkuit aan…. en weer los’. Zo zijn we minstens 10 minuten samen zoet.

Tot aan het eind van mijn bezoek zie ik dat ze regelmatig even met haar voeten wiebelt op het bankje. Dat ziet er goed uit en ik neem me voor vaker een bewegingsspelletje te doen.

Zorgwerker I. komt langs om een glaasje fris uit te delen: appelsap of peren-kersensap. Ik weet al wat ons moeders zal kiezen. Ja hoor, peren-kersensap.
Ondertussen vertel ik dat Johan en ik een kleine verbouwing achter de rug hebben en dat we vandaag de laminaatvloer hebben gelegd. Het gesprek gaat vervolgens over klussen en handig zijn.

‘It is not my forte,’ zegt ons moeders vanuit het niets.
‘Wat zeg je nou voor fraais?’ vraag ik verbaasd.
‘Oh, ken je die uitdrukking niet?’ zegt ze op trotse toon.
‘Nee, ik heb geen flauw idee,’ reageer ik, en zie haar glunderen.
Taal en ons moeders, ons moeders en taal. Haar hele leven genoot ze ervan, en ze was er goed in.
‘It is not my forte, betekent dat het niet je sterkste kant is. Het is een beetje een uitdrukking die kakkers gebruiken,’ legt ze uit.
Ik schiet vol in de lach om dat laatste.

Thuis check ik – als een ongelovige Thomas – ons moeders’ uitdrukking.
Geen woord verzonnen.

Gerdien Breimer (1961) is van oorsprong maatschappelijk werker en later omgeschoold tot personal stylist. Haar moeder Roelien (92) heeft alzheimer. Sinds maart 2015 woont Roelien op een gesloten psychogeriatrische afdeling. De  moeder-dochterband was niet hecht en warm. De ziekte van Alzheimer heeft daar verandering in gebracht. Het heeft de afstand tussen hen verkleind en daar is Gerdien blij mee. Ze blogt over dat wat haar raakt en opvalt tijdens haar bezoeken aan haar moeder. 

Geen reacties op "Not my forte"

    Plaats een reactie

    Het e-mail adres wordt niet gepubliceerd