Op vakantie – Gerdien

Omdat ik op vakantie ga, rijd ik nog even naar ons moeders om haar gedag te zeggen. Alsof het de laatste keer zou kunnen zijn dat ik haar zie. Ze kan er na elk afscheid dat ik van haar neem tussenuit piepen, zegt mijn brein, maar het voelt gewoon fijn om te doen.

Het is halfacht in de avond, als ik samen met Johan bij De Beuk aankom.
Ons moeders zit samen met de dames A., F., R. en G. aan tafel in de huiskamer. Ze lezen een krantje of een Libelle. Het eerste kopje koffie is net op.
Zoals altijd, worden we blij ontvangen door de hele club.
We schuiven bij hen aan.

‘We komen even afscheid van jullie nemen, want we gaan op vakantie’, zeg ik.
‘Waar gaan jullie naar toe?’, vraagt ons moeders.
Ik vertel dat we met de tent gaan kamperen, eerst naar Twente en daarna naar de Veluwe.
‘Jij ging ook altijd kamperen met Herman toch?’, vraag ik haar.
‘Oh ja, elke zomer. Soms in Duitsland of Luxemburg, soms in Nederland’, antwoordt ze.
‘Wie past er op de kat?’ vraagt ze.
Verbaasd over haar helderheid van geest, vertel ik dat Johans broer en diens echtgenote in ons huis komen logeren en voor de kat zullen zorgen.
Dat vinden de dames slim bekeken van ons.
‘En waar gaan jullie heen?’, vraagt mevrouw G. en mevrouw F. wil weten of we een vakantiehuisje huren.
‘We gaan naar Twente en de Veluwe, met de tent’, zeg ik.
Onze reisbestemming beklijft vanavond niet.
De vraag wordt nog zeker een keer of tien gesteld. Met alle liefde vertellen we het rustig opnieuw.

‘Het moet wel een beetje goed weer zijn, anders is er niks an in zo’n tent’, zegt mevrouw G.
‘We kruipen gewoon dicht tegen elkaar aan, als het koud is’, antwoord ik haar.
De oogjes achter haar bril beginnen ondeugend glimmen.
Van dit soort grapjes houdt ze, weet ik inmiddels.

‘Zorgen jullie er wel voor dat je gezond en wel hier terugkomt?’, zegt mevrouw F.
Ze krijgt direct bijval van de rest. ‘We zullen jullie missen!’, ‘Heelhuids thuiskomen!’, ‘Zullen jullie ons niet vergeten?’, ‘Kom je daarna wel weer gewoon bij ons op bezoek?’.
Het is alsof we op wereldreis gaan.
Hun reacties ontroeren me.

Heer J, die verderop in de huiskamer in een fauteuil TV zit te kijken, heeft op een afstandje meegeluisterd.
Als hij opstaat, om naar bed te gaan, komt hij met zijn rollator naar ons toegelopen.
‘Kind, ik wens je een heerlijke vakantie. Ge-niet er-van!’, zegt hij met nadruk op elke lettergreep.
Ik bedank hem hartelijk, en hij verdwijnt naar zijn kamer.
Om vervolgens even later terug te komen. ‘Ik wilde jullie nog even een he-le fij-ne vakantie wensen’, zegt hij.
We bedanken hem, en hij verdwijnt opnieuw naar zijn kamer.
Kort daarna staat hij weer naast ons.
‘Had ik jullie wel een heer-lij-ke vakantie gewenst?’, vraagt hij onzeker.
Ik sta op, sla mijn armen om zijn lange magere lijf en druk op zijn beide wangen een dikke kus. ‘Dat is lief J., dank je wel. Ik vind je een schat’.
Glunderend vertrekt hij naar zijn kamer, en komt nu niet terug.
‘Daar zal -ie vannacht nog wel es aan terugdenken’, aldus mevrouw G.

Als Johan en ik besluiten te vertrekken, geven we iedereen een hand. Die wordt extra stevig omklemd deze keer.
Ons moeders geef ik drie dikke kussen.
‘Nou veel plezier en geniet ervan’, zegt ze tegen mij.
Als Johan haar ter afscheid zoent zegt ze tegen hem: ‘Pas je goed op r’, Johan?’ Haar hoofd maakt een knikje in mijn richting.
‘Ik beloof het je’, antwoordt hij.

Gerdien Breimer (1961) is van oorsprong maatschappelijk werker en later omgeschoold tot personal stylist. Haar moeder Roelien (92) heeft alzheimer. Sinds maart 2015 woont Roelien op een gesloten psychogeriatrische afdeling. De  moeder-dochterband was niet hecht en warm. De ziekte van Alzheimer heeft daar verandering in gebracht. Het heeft de afstand tussen hen verkleind en daar is Gerdien blij mee. Ze blogt over dat wat haar raakt en opvalt tijdens haar bezoeken aan haar moeder. 

 

Geen reacties op "Op vakantie - Gerdien"

    Plaats een reactie

    Het e-mail adres wordt niet gepubliceerd