Vleugels – Gerdien

Met haar ogen stijf dichtgeknepen zit ons moeders te genieten in de middagzon. De dames E., A., T. en G. zitten er ook. Ik geef ons moeders een zoen op haar hoogrode wangen, de andere dames geef ik een hand. 

Iedereen lijkt het vanzelfsprekend te vinden dat Johan en ik er zijn.

Ik pluk de zonnebril en -klep uit haar rollator-mandje en zet ze op het hoofd van ons moeders. Voorzichtig gluurt ze eerst wat door de spleetjes van haar ogen, en opent ze daarna helemaal. ‘Puh, wat is dat nou voor een ding op haar hoofd?’, hoor ik de dames A. en G. smoezen. Het is niet voor het eerst dat ik ze zoiets hoor zeggen. Ze vergeten telkens opnieuw dat Roelien een oogziekte heeft, waardoor ze fel zonlicht slecht verdraagt. Ons moeders kreeg hun sneer niet mee. Ik laat het zo. 

‘Oh lieverd, wat doe je nou!’, zegt mevrouw A. plots tegen mevrouw E.

Johan zag gebeuren dat mevrouw E. heel sneaky haar bekertje met sap scheef hield, zodat het leeg liep. Het sap spatte op een wiel van mevrouw A. haar rollator. Inwendig moet ik er om lachen: een perfecte manier om niet te doen waar je geen zin in heb. Gelukkig kennen de dames mevrouw E. en haar actie wordt haar niet kwalijk genomen. Een bekertje water spoelt even later het rollatorwiel weer schoon. 

Ondertussen zit ons moeders te puffen van de warmte en stel ik haar voor om met haar rug naar de zon te gaan zitten. Dat vindt ze een goed plan. Het lukt haar niet om zelf uit de stoel overeind te komen. Johan en ik helpen haar een handje. Als ze staat, moet ze om haar as draaien. Ook dat valt niet mee, maar voetje voor voetje komen we er. ‘Nu je billen naar achteren steken. Ja, heel goed zo. En laat je maar zakken, dan schuift Johan de stoel onder je achterste’, instrueer ik haar. Met een plof komt ze in de stoel terecht. ‘Hè hè’, verzucht ze. ‘Nou nou, wat een toer was dat’, zegt mevrouw G. Het klinkt afkeurend. Ons moeders krijgt ’t opnieuw niet mee. Gelukkig.

‘Waar zijn de anderen eigenlijk’, vragen de dames A. en G.

Ik vertel dat een van de dames niet thuis is en dat de rest binnen in de huiskamer zit. Daar snappen A. en G. helemaal niets van. ‘Moet je ze morgen maar es horen, als het dan slecht weer is, dan hebben ze spijt dat ze vandaag niet naar buiten zijn gegaan om van de zon te genieten’, zegt mevrouw G. ‘Het zou zo maar kunnen’, zeg ik.

Soms lijken jullie gewoon een beetje op de mopperende oude heertjes uit de Muppetshow, denk ik, en schiet er bijna van in de lach.

Het is ondertussen bijna tijd om naar binnen te gaan voor het avondeten. ‘Zullen we de armspieren nog even losmaken? Dan loop je zo dadelijk makkelijker achter je rollator naar de huiskamer’, zegt Johan tegen ons moeders. Ze vindt ’t allemaal best. ‘Je bent een vliegmachien, Roelien’, roept Johan, en tilt haar armen op tot ze vleugels zijn. Voorzichtig laat hij haar armen zweven door de lucht.

Het gaat, maar moeizaam.

Alzheimer verstart niet alleen haar brein, maar ook haar lichaam. 

Oh, wat zou ik haar graag vleugels willen geven waarmee ze in het oneindige zou kunnen verdwijnen…

Gerdien Breimer (1961) is van oorsprong maatschappelijk werker en later omgeschoold tot personal stylist. Haar moeder Roelien (92) heeft alzheimer. Sinds maart 2015 woont Roelien op een gesloten psychogeriatrische afdeling. De  moeder-dochterband was niet hecht en warm. De ziekte van Alzheimer heeft daar verandering in gebracht. Het heeft de afstand tussen hen verkleind en daar is Gerdien blij mee. Ze blogt over dat wat haar raakt en opvalt tijdens haar bezoeken aan haar moeder. 

 

 

 

 

Geen reacties op "Vleugels - Gerdien"

    Plaats een reactie

    Het e-mail adres wordt niet gepubliceerd