Vuurrood – Gerdien

Ik buig me over ons moeders die aan tafel zit, en geef ‘r ter begroeting een dikke klapzoen op haar wang. Ze ontvangt hem als vanzelfsprekend. Dan geef ik de andere dames aan tafel een hand. Mevrouw R. kijkt me met vragende ogen aan. We zien elkaar wekelijks, maar ik merk dat ze me voor het eerst niet herkent. ‘Ik ben de jongste dochter van Roelien’ zeg ik, en wijs daarbij op ons moeders. ‘Je hebt me al even niet gezien, dus ik snap dat je even goed moet kijken’ help ik haar. Ze voelt zich gered, maar ik merk aan haar dat de herinnering nog niet daagt.

Dan loop ik naar de ‘luie stoelen’ en naar de tweede eettafel, om ook de mensen die daar zitten te begroeten.
Aan tafel zit een nieuwe mevrouw, ze is afgelopen week op De Beuk komen wonen. Ik stel me aan haar voor. Ze kijkt me met een open blik verrast aan en zegt: ‘Ik ben …. eh…’ Ze moeten even nadenken en vindt dan gelukkig haar naam terug. ‘Ik heet W. en ik kom hier al heel lang.’

Ik schenk een kopje thee voor mezelf in, loop terug naar ons moeders en ga naast haar aan tafel zitten. We hebben het over het TT-festival dat op dit moment gaande is in Assen. Ik vraag de dames aan tafel of ze wel eens motor hebben gereden. Mevrouw G. heeft vroeger wel achterop gezeten, dat vond ze wel stoer. Mevrouw A. nog nooit, dat vond ze te eng. Ons moeders ook nooit, al had ze wel een oom die in Nijmegen woonde, die elk jaar op de motor op bezoek kwam bij haar ouders. Van een ritje achterop kwam het echter nooit.

Mevrouw R. vertelt dat ze als jonge vrouw wel eens achterop een motor heeft gezeten. Het had haar van tevoren heel erg eng geleken. ‘Waarom heb je het dan toch gedaan?’ vraag ik haar. ‘Omdat het zo’n aardige jongen was, die het vroeg’, zegt ze, ‘en daarom heb ik ook maar niet gezegd dat ik het eng vond.’ Ze glimlacht. Ik glimlach met haar mee.

Het motorspektakel is een goede reden voor een feestelijk advocaatje, zegt zorgmedewerker Y. Iedereen die het wil krijgt een glaasje, met daarop een beste klodder slagroom. Ons moeders nam vroeger nooit een alcoholisch drankje. ‘Daar kleurt mijn gezicht altijd zo akelig rood van’, zei ze altijd. Gelukkig is ze dat vergeten. Gretig zegt ze dat ze ook wel een advocaatje wil.

De andere dames nemen appelsap, alleen mevrouw R. doet met ons moeders mee. Als was het gele vla met slagroom, zo snel lepelt ze haar glaasje met een vergenoegd gezicht leeg. Ons moeders daarentegen lepelt heel aandachtig haar glaasje leeg, door steeds een klein hapje te nemen. Heel Zen. Ze neemt er zo uitgebreid de tijd voor, dat de andere dames af en toe bezorgd informeren of het haar misschien niet teveel is. Dan schudt ze licht met haar hoofd. ‘Alsof er een engeltje over je tong piest, zo lekker, of niet soms Roelien’ zeg ik. Er kan net een ‘hm,hm’ vanaf.

Als ik aan het eind van de middag vertrek, is ons moeders net een olijk clowntje: haar wangen en neus vuurrood.

Gerdien Breimer (1961) is van oorsprong maatschappelijk werker en later omgeschoold tot personal stylist. Haar moeder Roelien (92) heeft alzheimer. Sinds maart 2015 woont Roelien op een gesloten psychogeriatrische afdeling. De  moeder-dochterband was niet hecht en warm. De ziekte van Alzheimer heeft daar verandering in gebracht. Het heeft de afstand tussen hen verkleind en daar is Gerdien blij mee. Ze blogt over dat wat haar opvalt en raakt tijdens haar bezoeken aan haar moeder. 

Geen reacties op "Vuurrood - Gerdien"

    Plaats een reactie

    Het e-mail adres wordt niet gepubliceerd